• Lichthinder
  • Lichthinder
  • Lichthinder
  • Lichthinder
  • Lichthinder

Lichthinder

Voor het ontwerpen van lichtinstallaties worden door Strago computerlichtberekeningen gemaakt die de richtpunten voor elke schijnwerper nauwkeurig vaststellen conform de Europese richtlijnen en de normen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde NOC*NSF.

Bij het ontwerp van sportveldverlichting gaan we uit van de NEN 12193, aanbevelingen van de NOC/NSF, NSVV en de relevante sportbonden. Daarnaast is ook de invloed van de sportveldverlichting op de omgeving van belang. Een goed ontwerp houdt hier rekening mee en voorkomt lichthinder en verblinding.

Het licht van de sportvelden kan hinder veroorzaken aan (toekomstige) bewoners. Om aan te geven en te weten wat lichthinder is zijn hiervoor richtlijnen geschreven. In deze richtlijnen wordt onder andere besproken welke (maximale) lichtniveaus en lichtwaardes bij de woningen aanwezig mogen zijn. Om na te gaan of sprake is van lichthinder van de sportvelden kunnen lichtberekeningen gemaakt worden voor lichtinstallaties. Deze berekeningen worden gemaakt met een simulatieprogramma dat onder andere ontwikkeld is voor lichtberekeningen. Uit de lichtberekeningen moet naar voren komen of er lichthinder (volgens de richtlijnen) is bij de bestaande woningen en eventuele toekomstige woningen.

In de ‘Algemene richtlijn betreffende lichthinder, deel 1 Algemeen en grenswaarden voor sportverlichting’ van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) is met betrekking tot het voorkomen van lichthinder onder andere het volgende opgenomen:

Het ten gevolge van een verlichtingsinstallatie ontstaan van ongewenste visuele neveneffecten bij meer dan een nader bepaald percentage van personen buiten de groep waarvoor de verlichtingsinstallatie oorspronkelijk bestemd is. De doelgroepen van gehinderde zijn: omwonenden, weggebruikers, waarnemers van wegsignalering, scheepvaart, astronomen en de natuur (flora en fauna).

Het bepalen van hinder die door de verlichting van sportaccommodaties kan worden ondervonden is de verticale verlichtingssterkte (Ev in lux) op de gevel van woningen. Deze dient in het algemeen op het midden van de gevel van een gebouw op 1,8 m hoogte boven de woonvloer te worden gemeten. Schijnwerpers kunnen als te helder worden ervaren. Daarom dient ook de lichtsterkte (I in candela) te worden bepaald in één of meer gegeven maatgevende richtingen. In de aanbeveling van de NSVV zijn hiervoor grenswaarden opgenomen, deze grenswaarden zijn de maximale waarden, men mag deze dus niet overschrijden.

De maximale grenswaarden die voor de lichtinstallatie gelden, worden bekeken vanuit die gehinderde. Dat betekent dat er gemeten wordt op de plaats waar de gehinderde zich bevindt. Voor een omwonende wordt dit geconcretiseerd door uit te gaan van het raam waar het licht instraalt. Eventueel zou het ook kunnen gelden voor een zitje in de tuin. Deze grenswaarden zijn afgeleid van Europese normen, zoals vastgelegd in publicaties van de CIE. De grenswaarden hangen af van de plaats en omgeving waar de verlichting geplaatst wordt. De omgeving is in een stad veel meer verlicht, waardoor de normen daar minder streng zijn dan in een natuurgebied waar de omgeving donker is. Wat de tijd betreft verschillen de normen voor de avond van zonsondergang tot aan 23 uur en de nacht na 23 uur tot zonsopgang. De normen zijn 's nachts strenger dan in de avond. We spreken van twee parameters waaraan gemeten wordt: verlichtingssterkte E (uitgedrukt in lux) en lichtsterkte I (uitgedrukt in candela). De eerste wordt gemeten met een luxmeter die alle licht meet op een oppervlakte van alle lichtbronnen samen die op dat vlak schijnen. Dat vlak kan een raam van een huis zijn, of het gezicht van een weggebruiker. Lichtsterkte wordt gemeten met een luminantiemeter en geeft aan hoeveel licht vanuit een bepaalde bron op een bepaalde plek valt. Dat zegt iets over de mate van verblinding door de lichtbron. Grenswaarden voor de lichtemissie van een verlichtingsinstallatie voor sportaccommodaties ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden.

Te hanteren parameters Toepassings-condities E1
Natuur-gebied
E2
Landelijk gebied
E3
Stedelijk gebied
E4
Stadscentrum/
industriegebied
Ev (lux) op de gevel  dag en avond
7.00-23.00
2 lux 5 lux 10 lux 25 lux
nacht *
23.00-07.00
1 lux 1 lux 2 lux 4 lux
1 (cd) van elk armatuur  dag en avond
07.00-23.00
2.500 cd 7.500 cd 10.000 cd 25.000 cd
nacht *
23.00-07.00
0 cd 500 cd 1000 cd 2500 cd

* In het Besluit Horeca-, Sport – en Recreatie-inrichtingen staat dat na 23.00 uur de
  verlichting uit moet.

Er worden vier zones onderscheiden. Voor iedere zone geldt een verschillend te hanteren grenswaarde.

E1 Natuurgebieden met een zeer lage omgevingshelderheid.
E2 Gebieden met een lage omgevingshelderheid, in het algemeen buitenstedelijke en landelijke gebieden.
E3 Gebieden met een gemiddelde omgevingshelderheid, in het algemeen woongebieden.
E4 Gebieden met een hoge omgevingshelderheid, in het algemeen stedelijke gebieden gecombineerd met woon- en industriegebieden met intensieve nachtelijke activiteiten.
Developed by Dubbele:punt Design